Wat is glucose

Glucose is afkomstig uit de koolhydraten (suikers) die in de voeding zitten en komt vooral voor in plantaardige voeding zoals granen, groente en fruit. Via je voeding komt glucose dus je lichaam binnen. Maar wat is glucose nou eigenlijk? En hoe werkt het in je lichaam?

Wat is glucose?

Om goed te kunnen blijven functioneren, heeft het lichaam voedingsstoffen nodig. Macronutriënten zijn een groep voedingsstoffen die in grote hoeveelheden in je dagelijkse voeding voorkomen en die bovendien energie leveren.

Macronutrënten kunnen worden ingedeeld in 3 groepen. Dit zijn:

  • Eiwitten
  • Vetten
  • Koolhydraten

Glucose is een koolhydraat en daarmee een belangrijke brandstof voor ons lichaam. Koolhydraten zoals zetmeel en suikers komen na vertering voornamelijk als glucose in ons bloed terecht. Vervolgens nemen de weefsels glucose op waar het verbrand kan worden. Hierbij ontstaat energie voor het lichaam.

Glucose is dus een vorm van suiker (suikermolecuul) die we uit voedingsmiddelen met koolhydraten halen. Deze vorm van brandstof halen we bij voorkeur uit producten waarin lange ketens van glucose voorkomen, zoals volkoren granen. Tijdens de spijsvertering worden koolhydraten uit onze voeding in de maag en darmen omgezet in glucose. In je maag-darmkanaal worden alle onderdelen van die voedingsmiddelen van elkaar gescheiden. Ons lichaam ‘knipt’ als het ware de ketens van deze suikers in kleine stukjes: de glucosemoleculen.

Je kunt glucose ook direct innemen. Dit kan in de vorm van dextrose oftewel druivensuiker.

Glucose: energiebron voor je lichaam

Je lichaam heeft energie nodig. Niet alleen om te bewegen en te denken maar ook voor allerlei andere lichaamsprocessen. Zoals ademen bijvoorbeeld. De energie die je hiervoor nodig hebt, haalt je lichaam uit de voeding en dan voornamelijk uit glucose.

Je cellen kunnen deze glucose vervolgens omzetten in energie (de brandstof voor ons lichaam), waardoor je kunt denken en bewegen. Al je organen hebben glucose nodig om te kunnen werken. Niet alleen je hersenen maar bijvoorbeeld ook je darmen, de spieren, het hart, de lever en de nieren.

Het woord “glucose” komt van het Griekse woord wat staat voor zoet. Dit komt doordat het eten dat voornamelijk uit glucose bestaat, een zoete smaak heeft.

Zonder energie kan het lichaam namelijk niet. Je hebt altijd energie nodig. Je loopt, denkt en doet van alles en zonder de aanvoer van nieuwe energie zou je niet meer kunnen functioneren. De vrijgemaakte energie wordt vooral gebruikt om te bewegen, maar ook om te kunnen denken, om voedsel te kunnen verwerken en om nieuwe energie op te wekken.

Zelfs al zouden we niks doen en de hele dag op bed liggen, dan nog verbruikt het lichaam energie. Vrijwel de meeste energie die we uit onze voeding opnemen, wordt besteed aan de werking van ons lichaam in rust. Dit wordt ook wel de ruststofwisseling genoemd.

Wat doet glucose?

Voedingsmiddelen met koolhydraten worden in de maag en darmen omgezet tot glucose. De darmwand neemt de glucose op en geeft dit door aan het bloed waar het vervolgens wordt opgenomen. Daarom noemen we de glucose ook wel ‘bloedsuiker’ of ‘bloedglucose’. Vanuit daar wordt het via het bloed vervoerd naar je spieren en organen.

De opgenomen glucose kan op deze manier het hele lichaam voorzien van energie. Het is dus normaal om een bepaalde hoeveelheid suiker in je bloed te hebben. Deze glucose is nodig om direct over energie te kunnen beschikken. Wist je dat onze hersenen alleen al zo’n 120 gram glucose per dag nodig hebben om goed te kunnen blijven functioneren?

Omdat de glucose in het bloed wordt opgenomen, spreken we vaak over de glucosewaarde in het bloed of de bloedsuikerwaarde. De glucosewaarde of bloedsuikerwaarde geeft de hoeveelheid glucose aan die op een bepaald moment in het bloed zit.

Er zijn verschillende soorten koolhydraten. We kunnen onderscheid maken tussen snelle en langzame koolhydraten. Het bloedsuikergehalte reageert vrij snel op eten waar (snelle) koolhydraten in zitten. Bewerkte producten zoals koek, chips, snacks, witmeel producten, enz. zorgen ervoor dat de bloedglucosewaarde meteen begint te stijgen.

Lees ook: wat zijn koolhydraten?

Bij gezonde mensen blijft de bloedsuikerwaarde stijgen tot zo’n één of twee uur na de maaltijd met koolhydraten en is ongeveer 3 uur na de maaltijd het laagst.

1 gram koolhydraten levert 4 kilocalorieën aan energie. Energie wat ons lichaam voor allerlei processen kan gebruiken. Een lichaamscel gebruikt de vrijgemaakte energie voor:

  • Het op temperatuur houden van ons lichaam (37°C)
  • Onze hartslag
  • De ademhaling
  • De groei en herstel van het lichaam
  • Voor de transport van stoffen door het lichaam.

Bij gezonde mensen kan het lichaam prima zelf de bloedsuikerwaarden regelen en zorgen dat dit in balans blijft. Bij mensen met diabetes doet het lichaam dat niet of niet goed genoeg.

Glucose gehalte in het bloed

Je lichaam is continu bezig met het vinden van de juiste balans in het glucosegehalte in je bloed. Het glucosegehalte is bekend onder meerdere benamingen, zo wordt dit ook wel bloedsuikergehalte of bloedsuikerspiegel genoemd.

Al vrij snel na het eten van een maaltijd met (snelle) koolhydraten begint het bloedsuikergehalte te stijgen. Het hormoon insuline zorgt er vervolgens voor dat de weefsels de glucose kunnen opnemen. Waarna dit gehalte in het bloed weer zal dalen. Op deze manier blijft de bloedsuikergehalte weer in balans en zorgt het lichaam ervoor dat de glucosegehalte in het bloed binnen de normale waarden blijft.

Lees ook: wat zijn normale bloedsuikerwaarden?

Als het bloedsuikergehalte begint te stijgen na het eten, zorgt het hormoon insuline in het bloed ervoor dat de weefsels het glucose snel kunnen opnemen.

Wat is glucose insuline en de cel

Je kunt de werking van insuline zien als een sleutel: het opent de deuren van de lichaamscellen zodat de bloedsuiker naar binnen kan gaan waar het zijn werk kan doen. In de cellen wordt de glucose verbrand of opgeslagen. Hierdoor neemt het bloedsuikergehalte in het bloed weer af.

Glucagon en insuline

Bij gezonde mensen is het lichaam heel goed in staat om de bloedsuikerspiegel zelf in balans te houden. Insuline en Glucagon zijn de hormonen die hiervoor zorgen. Een te laag of een te hoog glucosegehalte in het bloed is namelijk niet goed voor het lichaam en kan voor klachten zorgen. Als de bloedsuikerwaarden te laag worden, maakt de alvleesklier het hormoon glucagon aan. Glucagon zorgt ervoor dat er weer wat glucose kan worden vrijgemaakt. Hierdoor stijgt het bloedsuikergehalte weer tot het normale niveau.

Glucagon zorgt ervoor dat de bloedsuikerwaarde weer op een normaal niveau komt. Worden de bloedsuikerwaarden te hoog, dan maakt de alvleeslier het hormoon insuline aan. Insuline zorgt er vervolgens voor dat het glucose naar de cellen wordt vervoerd.

Waar insuline ervoor zorgt dat je lichaam glucose uit het bloed kan halen, zorgt glucagon ervoor dat opgeslagen suikers vrijkomen uit je lever. Hierdoor stijgt je bloedsuikergehalte weer.

Glycogeen en glucose

Je lichaam kan ook een voorraad glucose opslaan in je lever en spieren. Het heet dan niet meer glucose, maar wordt dan glycogeen genoemd. Heb je weer energie nodig omdat je bloedsuikerspiegel bijvoorbeeld laag is, wat kan gebeuren als je een paar uur niet hebt gegeten, dan kan je lichaam de opgeslagen glycogeen ook weer omzetten naar glucose. Dit is dan meteen weer te gebruiken als nieuwe brandstof voor je lichaam.

Het grootse deel van de overtollige glucose wordt opgeslagen in de lever in de vorm van glycogeen. Als de glycogeenvoorraad van de lever vol zit, dan wordt het glycogeen opgeslagen als vet.

Als je steeds meer en vaker (snelle) koolhydraten, suikers en bewerkte voedingsmiddelen gaat eten, dan moet de alvleesklier steeds vaker en meer insuline aanmaken. De bloedsuikerspiegel blijft dan schommelen.

Gaat dit een langere periode zo door, dan blijft er steeds een grote hoeveelheid insuline in het bloed aanwezig. Hierdoor raken de insulinereceptoren van de cellen steeds minder gevoelig voor het hormoon insuline. De cellen worden dan resistent voor insuline, dit wordt ook wel insulineresistentie genoemd. 
Het gevolg hiervan is dat de glucose niet direct of helemaal niet meer in de cellen kan worden opgenomen. De bloedsuikerspiegel blijft dan hoog en er wordt steeds meer vet opgeslagen waardoor je aankomt in gewicht.

Insulineresistentie is een voorstadium van diabetes type 2. Verander je niks aan je voedingspatroon en/of leefstijl, dan zul je vroeg of laat diabetes type 2 ontwikkelen.

Bovendien blijft de alvleesklier dan steeds bezig met het aanmaken van insuline om de bloedsuikerspiegel toch naar beneden proberen te krijgen. De alvleesklier kan hier op een gegeven moment zelfs uitgeput door raken. Hierdoor ontstaat er vroeg of laat Diabetes type 2.

Bloedsuikerspiegel meten

Bloedglucose kan gemeten worden met een glucosemeter. Deze glucosemeter bepaalt dus letterlijk hoeveel glucose er op dat moment in je bloed zit. Iemand met diabetes kan op deze manier meerdere malen per dag de bloedsuikerwaarden in de gaten houden. Dit kan zowel nuchter als na een maaltijd. Een goede/normale glucosewaarde is dus ook afhankelijk van het tijdstip waarop de bloedglucose wordt gemeten.

Bij gezonde mensen zal onder normale omstandigheden de bloedsuikerspiegel tussen de 4 mmol/l en 8 mmol/l liggen. 

Wat is glucose in het bloed
  • Een te laag bloedsuikergehalte wordt een hypo (hypoglycemie) genoemd.
  • Een te hoog bloedsuikergehalte wordt een hyper (hyperglycemie) genoemd

Zowel een te lage of te hoge bloedsuikerspiegel zijn beide schadelijk voor het lichaam. Gelukkig komt dit bij gezonde mensen nauwelijks voor omdat het lichaam dit heel goed zelf kan reguleren.

Bij mensen met diabetes is dit anders. Hun lichaam heeft moeite om het bloedsuikergehalte op peil te houden. Het is daarom erg belangrijk om meerdere keren per dag de bloedsuikerwaarden goed in de gaten te houden en deze te meten.

Glucose en diabetes

Insuline zorgt ervoor dat de glucose in het bloed naar de cellen wordt vervoerd en kan worden opgenomen in de lichaamscellen, zodat het daar kan worden omgezet in energie.

Mensen met diabetes kunnen de glucose niet meer goed uit het bloed halen. Bij iemand met diabetes reageert het lichaam niet meer goed op insuline of maakt zelf te weing of zelfs geen insuline meer aan. De lichaamscellen nemen de glucose uit het bloed ook niet meer goed op.

Lees ook: Wat is insuline?

Hierdoor blijft er teveel glucose in het bloed, gaat dit niet naar de organen en ontstaat er een te hoge bloedsuikerwaarde. Niet alleen zijn de bloedsuikerwaarden bij mensen met diabetes vaak te hoog, ze schommelen ook vaak. Dit kan op korte en zeker op lange termijn nadelige gevolgen voor de gezondheid hebben.

Daarom is het erg belangrijk dat je bloedsuikergehalte in balans is en blijft. Een te laag of een te hoog bloedsuikergehalte kan zorgen voor klachten. Insuline en glucagon spelen hierbij een belangrijke taak in je lichaam. Als je lichaam zelf geen insuline meer kan maken, zul je medicijnen moeten slikken, insuline moeten spuiten of een insulinepomp gebruiken. Zonder een goede behandeling bij diabetes kun je flauwvallen of zelfs in coma raken.

Diabetes type 2 omkeren

Gelukkig wordt er de laatste jaren steeds meer bekend over het omkeren van Diabetes type 2 en blijkt dat je hier wel degelijk van kunt genezen. Het aanpassen van je voeding- en leefstijl speelt hierin een hele grote rol.

Benieuwd hoe je dit zelf kunt gaan doen? De diabetes omkeren methode biedt jouw een stap voor stap handleiding om voor eens en voor altijd afscheid te kunnen nemen van diabetes type 2.

wat is glucose

Hoe mooi zou het zijn om te genezen van Diabetes type 2, Je medicijnen in de prullenbak te kunnen gooien, buikvet te verliezen en voorgoed afscheid te kunnen nemen van jouw diabetes type 2!!! Kijk hier hoe je dat kunt doen.

Wat is glucose? Hoe werkt dit in je lichaam?

2 gedachten over “Wat is glucose? Hoe werkt dit in je lichaam?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *